Vorige pagina    Harmony Assistant    Volgende pagina 
 

Inleiding
Producten
Wat is er nieuw ?
Handleiding
Notatie
Inleiding
Muziektheorie
Algemene punten
Lexicon
Sjablonen
Paginaweergave
Graveurweergave
Positionering
Discontinue selectie
Presentaties
Doelen
Overbinding, boog en waardestreep
Tabulaturen
Meerstemmige notenbalken
Notatie in kleur
Gregoriaanse notatie
Overgangen
Sleutel
Voortekening
Maataanduiding
Dynamiek
Tempo en voortgang
Liedteksten/Karaoke
Vrije objecten
Tekstuele commando's
Lettertypen
Tekensets
Geluidsweergave
Apparaten/scripting
Virtual Singer
FAQ
Software licentie
Technische ondersteuning
Appendices
Afdrukbare handleiding


Gewijzigde hoofdstukken:
In het Engels:

 

Muziektheorie in het kort

Lexicon

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


Aanslagsterkte

De aanslagsterkte (of velocity) kan worden gebruikt om een noot of een akkoord luid af te spelen, een crescendo of diminuendo weer te geven, of om een tel (of slag) te benadrukken...
Aanslagsterkten kunnen worden ingesteld bij de ‘Bewerk aanslagsterkten’ knop, links van de notenbalk (zwarte driehoek).
Als de aanslagsterkten voor een heel onderdeel van de muziek worden gebruikt, dan worden zij in de normale muziekvocabulaire meestal aangegeven met ‘dynamiek’.


Accent

In veel geschreven talen worden accenten gebruikt om aan te geven hoe een bepaalde letter moet worden uitgesproken. Ook de muziektaal doet dit: accenten worden gebruikt om de frasering aan te geven.
Bekijk wat u kunt tegenkomen:
  • een horizontale gebogen lijn die verschillende noten verbindt, dan is dit een boog. Om het programma dit correct af te laten spelen, moet u de aanslagduur van de noot op 100% instellen;
  • een horizontale gebogen lijn die twee noten van verschillende tonen verbindt, waarbij de tweede noot korter is dan de eerste, benadrukt de eerste en zorgt ervoor dat tweede als een gedempte lettergreep gespeeld wordt (gebruik de aanslagduur en de aanslagsterkte tezamen);
  • een punt boven of onder een noot geeft aan dat deze noot vrijstaand is: stel de aanslagduur op 50 tot 80%;
  • een verlengde punt boven of onder de noot geeft aan dat de noot staccato is: stel de aanslagduur op 10 tot 60%.


Probeer hen eens uit!


Akkoord

Een akkoord is een groep noten, die gelijktijdig wordt afgespeeld.

Een akkoord wordt altijd gerelateerd aan een toonladder en wordt uit minimaal drie noten opgebouwd:  

  • de Grondtoon (of grondnoot, of toonsoort) geeft zijn naam aan het akkoord;
  • de Derde, die overeenkomt met de derde graad van de toonladder van de grondtoon; vier halvetoonsafstanden boven de grondtoon in een majeur(toon)ladder.

  • De derde kan een mineur zijn, dat wil zeggen een halve toon onder de normale toonhoogte. In dit geval wordt het akkoord een mineur genoemd. Dit wordt met een m aangegeven;
  • de Vijfde, zeven halvetoonsafstanden boven de grondtoon. De vijfde kan zuiver zijn, verminderd (een halve toon lager, aangegeven met b5) of versterkt (een halve toon hoger, aangegeven met 5+)
Met deze drie noten is het mogelijk om een flink aantal verschillende akkoorden op te bouwen.

Voorbeeld: 

Een C majeur akkoord, aangegeven met C, wordt opgebouwd uit:

  • De grondtoon, C;
  • De derde (majeur) die vier halve tonen boven de C staat en dus een E is;
  • De vijfde (zuiver) die zeven halve tonen boven de C staat, en dus een G is.

Een E mineur met een verminderde vijfde (of een vijfde mol), Emb5 wordt opgebouwd uit:
  • Een mineur derde, geplaatst op 4 - 1 = 3 halve tonen boven de grondtoon en die dus een G is;
  • Een verminderde vijfde, geplaatst op 7 - 1 = 6 halve tonen boven de grondtoon en die dus een Bb (of A# door enharmony) is.

Er zijn akkoorden die door meer dan drie noten zijn opgebouwd. De programmatuur kan eveneens akkoorden van vier of vijf noten weergeven en gebruiken. Deze zijn opgebouwd uit de grondtoon, de derde en de vijfde, maar ook uit:
  • de zevende (zevende toontrap of graad) die als volgt opgebouwd kan zijn:
    • verminderd door één noot. Dit is aangegeven met een zes. Hij is negen halve tonen boven de grondtoon geplaatst. Hij correspondeert in feite met de zesde toontrap of graad;
    • mineur, aangegeven met een zeven. Hij is tien halve tonen boven de grondtoon geplaatst;
    • majeur, aangegeven met 7M,. Hij is elf halve tonen boven de grondtoon geplaatst.
  • de negende (negende toontrap of graad - deze correspondeert met de tweede graad van het daarboven gelegen octaaf), die als volgt opgebouwd kan zijn:
    • mineur, aangegeven met b9. Hij is dertien halve tonen boven de grondtoon geplaatst;
    • majeur, aangegeven met een negen. Hij is veertien halve tonen boven de grondtoon geplaatst;
    • verminderd, aangegeven met 9+. Hij is vijftien halve tonen boven de grondtoon geplaatst.

Voorbeeld:

Een akkoord van D mineur vijfde mol, zevende majeur en een verminderde negende zal genoteerd worden als Dmb5/7Mb9. Hij is opgebouwd uit:

  • De grondnoot D;
  • De derde mineur, 4 - 1 = 3 halve tonen hoger geplaatst dan de D (is dus een F);
  • De verminderde vijfde, 7 - 1 = 6 halve tonen hoger geplaatst dan de D, (is dus een Ab of G#);
  • De zevende majeur, elf halve tonen hoger geplaatst dan de D (is dus een C# of Db);
  • De verminderde negende, dertien halve tonen hoger geplaatst dan de D - dus een halve toon hoger dan de D in de daarboven gelegen octaaf (is dus een D# of Eb).
Tot slot kan ieder akkoord worden omgekeerd. De omkering verandert alleen de volgorde van de noten en nooit de nootwaarden zelf.


Antimetrische figuren

Een antimetrische figuur definieert gefragmenteerde noten. Het wordt weergegeven als twee cijfers de gescheiden zijn door een dubbele punt (:)
Een antimetrische figuur van a:b betekent dat de "a noten gespeeld zullen worden gedurende de tijd die normaal gesproken door de b noten zou worden benut"

Als u bijvoorbeeld een 5:2 antimetrische figuur aanmaakt en u gebruikt daarbij achtsten, dan betekent dit dat 5 noten gespeeld zullen worden gedurende de tijd die twee achtsten normaal zouden duren.

Op een partituur wordt meestal het eerste cijfer getoond om een antimetrische figuur aan te duiden. Dit betekent dat een 5 boven een noot niet automatisch betekent dat dit bijvoorbeeld een 5:1 , een 5:2 (de noten zijn dan twee keer zo lang) of een 5:4 (vier keer zo lang) antimetrische figuur is.
Alleen het het aantal tellen van de maat geeft hiervoor het antwoord!

Appoggiatura

Dit is een kleine noot die voor een andere noot wordt geplaatst. Hij neemt wat tijd af van de noot waaraan hij gekoppeld is.
Als er verschillende appogiaturas aan een noot gekoppeld zijn, dan worden zij korte voorslagen genoemd.

Arpeggio

Noten in een arpeggio akkoord worden niet gelijktijdig gespeeld, maar na elkaar en erg snel.


Bereik

De reeks van noten die een instrument kan spelen, wordt meestal bepaald door de laagste en de hoogste tonen die dit instrument kan weergeven. Dit is het bereik.

Dynamiek

Veel instrumenten kunnen zacht of luid gespeeld worden. Het volume (of geluidsniveau) waarmee onderdelen moeten worden gespeeld, wordt aangegeven met de ‘dynamiek’. Het pianoforte wordt zo genoemd, omdat het volume afhangt van hoe hard er op de toetsen wordt aangeslagen.
Bij synthesizers wordt de individuele dynamiek van een noot aangegeven met de ‘aanslagsterkte’, omdat het volume van de noot afhangt van de snelheid van de hand waarmee hij gespeeld wordt. In deze versie van het programma kan de dynamiek (of aanslagsterkte) van iedere individuele noot worden ingesteld.
Meer informatie hierover vindt u in het hoofdstuk over dynamiek.

Enharmony

In een toonladder worden de noten verdeeld in graden die door intervallen gescheiden zijn. De toonladder van F bijvoorbeeld omvat de noten F, G, A, Bb, C, D, E, F
Een noot kan echter ook een mol or kruis zijn, waardoor twee nootnamen dezelfde toon kunnen aangeven.
Bekijk bijvoorbeeld de toonladder van B. Deze omvat de noten B, C#, D#, E, F#, G# A# B. In dit geval is het passend om de zevende noot A# te noemen, ook al is het dezelfde noot als de vierde noot in de toonladder van F die daar met een Bb wordt aangegeven. Dit wordt enharmony genoemd.

Geluid

Een geluid is de sensatie die voortkomt vanuit een trillend object dat het trommelvlies doet trillen.
Muzikaal geluid kan worden onderscheiden van ruis door exacte en meetbare frequenties. Muzikaal geluid wordt gedefinieerd door:
• De toonhoogte (of frequentie): meer of minder trillingen per tijdseenheid.
• De intensiteit, of sterkte: dit hangt af van de amplitude van de trillingen. Dit is de geluidssterkte of volume van een geluid.
• De toonsoort onderscheidt twee geluiden met dezelfde frequentie en intensiteit. Dit zorgt ervoor dat de C van een piano anders klinkt dan dat van een fluit.

Gruppetto

Dit is een groep van drie of vier kleine noten die voor of achter de hoofdnoot staan. Net als bij de korte voorslagen (appoggiatura) wordt hun lengte bepaald door de noot waaraan zij gekoppeld zijn.

Herstellingsteken

Als het herstellingsteken voor een noot is geplaatst, dan wordt het kruis of de mol die eerder geplaatst is ongedaan gemaakt (of dit nu een voorteken of een toonsoort is).

Kruis (#)

Als het kruis vóór een noot staat, dan wordt de noot met een halve toon verhoogd.

Maat

Maten (soms wordt dit de maatstreep genoemd) verdelen een muziekstuk in gelijke delen. De maat zelf is over het algemeen verdeeld in twee, drie of vier delen, die tellen of slagen worden genoemd.
Niet alle slagen in een maat zijn even belangrijk. Dit hangt af van het accent:
 
  • Gewoonlijk zijn zware tellen de eerste en de derde tel van een maat met vier slagen.
  • De andere tellen zijn zwak of licht.

Tellen zelf zijn weer verdeeld in verschillende onderdelen. Het eerste deel van een tel is sterk, de rest is zwak.

Om een uitvoerder de maatverdeling aan te geven, worden na de sleutel twee nummers geplaatst.

Het bovenste nummer geeft het aantal tellen of slagen aan van een maat.
Het onderste nummer geeft de lengte van deze tellen aan (in delen van een hele noot).

Zo heeft bijvoorbeeld een 3/4 maat drie tellen met op iedere tel een kwart noot.

Meer informatie hierover vindt u in het maataanduiding hoofdstuk.

Maatstreep

De maatstreep is de verticale lijn die iedere maat scheidt van de volgende.

Mol (b)


Als de mol voor een noot wordt geplaatst, dan wordt de toonhoogte met een halve toon verlaagd.



Noot

Een noot is een symbool dat zowel de tijdsduur als de toonhoogte aangeeft. De vorm van de noot geeft de tijdsduur aan. De positie op de notenbalk geeft de toonhoogte (frequentie) aan. De horizontale locatie geeft aan wanneer de noot gespeeld moet worden.

- Toonhoogte
Er zijn zeven noten, die allen op twee verschillende manieren geschreven kunnen worden.

    C, D, E, F, G, A, B (Engelse notatie)
of
    Do, Re, Mi, Fa, Sol, La, Si (Latijnse notatie)

Deze nootreeksen vormen een toonladder van geluiden die oplopen van laag naar hoog. Een octaaf is de afstand tussen twee noten met dezelfde naam in twee opeenvolgende toonreeksen.

De verticale positie van een noot op de notenbalk geeft aan welke graad van de notenbalk - die door het voorteken wordt aangegeven - met de noot correspondeert.

Als de noot vooraf wordt gegaan door het # teken (kruis), dan wordt de noot met een halve toon verhoogd. Dit geldt voor alle noten op dezelfde graad van de notenbalk.
Als de noot vooraf wordt gegaan door het b teken (mol), dan wordt de noot met een halve toon verlaagd. Dit geldt voor alle noten op dezelfde graad van de notenbalk.
Tot slot geldt dat het "herstellingsteken" symbool, dat voor een noot staat, alle voorgaande kruizen of mollen ongedaan maakt.

Opmerking: dezelfde noot kan soms op verschillende wijzen genoteerd worden. Zie hiervoor Enharmony.
- Tijdsduur
De vorm van de noot geeft aan hoelang de noot gespeeld moet worden. In afnemende volgorde::
  • hele noot (semibreve),
  • halve noot (minima) = de helft van een hele noot,
  • kwart noot (crotchet) = de helft van een halve noot,
  • 8e noot (quaver) = de helft van een kwart noot,
  • 16e noot (semiquaver) = de helft van een 8e noot,
  • 32e noot (demisemiquaver) = de helft van een 16e noot...
Deze tijdsduren kunnen worden gecombineerd met de de verbindingsboog optie in het Wijzigen>Acties menu. Door bijvoorbeeld een halve noot met een 8e noot te verbinden, ontstaat een noot met een tijdstuur die gelijk is aan de som van beide individuele lengten.
Gepunteerde noten geven een tijdsduur aan van anderhalf keer de opgeschreven tijdsduur. Zo heeft bijvoorbeeld een gepunteerde kwartnoot dezelfde tijdsduur als een kwartnoot en een 8e noot samen.

Het is ook mogelijk om triolen te gebruiken (hun tijdsduur is gelijk aan 2/3 van die van de opgeschreven noot).

- Notatie:
Noten worden opgeschreven op een notenbalk.
Noten die in dezelfde kolom staan, worden tegelijkertijd gespeeld.
Om noten met een waardestreep te verbinden, moet u hen selecteren met de knop met het lasso icoon om daarna in het "Wijzigen" menu de optie "Opmaak>Waardestreep" te kiezen.
Noten met een waardestreep geven aan de uitvoerder aan dat zij in dezelfde "frase" moeten worden gespeeld. In dit geval vervangt de waardestreep de haken.

Als er verschillende noten met een waardestreep worden verbonden, dan wordt het bepalen van hun individuele lengte wat moeilijker. Zie bijvoorbeeld:


Om de tijdsduur van een van de noten te bepalen, moet u het aantal waardestrepen tellen die met de nootstokken in verbinding staan. Dit geeft de tijdsduur van de individuele noot aan.

Het is ook mogelijk om tekens te plaatsen om aan te geven dat er geen noten worden gespeeld gedurende een zeker tijdsinterval. Dergelijke tekens zijn rusten.

Notenbalk

Een notenbalk wordt weergegeven door vijf horizontale lijnen. Zij staan op gelijke afstand van elkaar. De lijnen zijn van onder naar boven genummerd. Iedere ruimte tussen twee opeenvolgende lijnen correspondeert met een graad van een toonladder.

Met een vioolsleutel (G-sleutel) is de eerste (onderste) lijn een E.
Met een bassleutel (F-sleutel) is de onderste lijn een G.

Links van de notenbalk, naast de sleutel, staan de tijd en de voortekening.

Nuance

Nuances geven de verschillende sterkten weer waarmee een noot gespeeld kan worden.
Als u dynamiek gebruikt, dan kunnen stevig aangeslagen noten onderscheiden worden van licht aangeslagen noten.
De frasering kan worden weergegeven door gebruik te maken van de "Bewerk aanslagsterkten" optie in het configuratiemenu van iedere notenbalk (de zwarte driehoek links van de notenbalk).

Octaaf

Een octaaf is de achtste (toon)trap of graad van een toonladder.
Twee noten die door een (of meerdere) hele octaaf (octaven) gescheiden zijn, hebben dezelfde naam.
De keuze van de octaaf van een akkoord bepaalt de toonhoogte waarmee het akkoord zal worden gespeeld.
In het programma is de vierde het standaard octaaf  (het octaaf waarvan de hoge noten meestal gespeeld worden).
Een hogere waarde zorgt voor nog hogere toonhoogten en een lagere waarde voor lagere toonhoogten.

Omkering

In hun fundamentele toestaand staan de noten van een akkoord in een normale volgorde. Dat wil zeggen dat de grondnoot de onderste noot is, waarna de derde, de vijfde en eventueel de zevende en de negende noten komen.
De omkering van een akkoord wijzigt deze relatieve volgorde, waardoor de onderste noot elke van de aangegeven noten kan zijn.

De eerste omkering verplaatst de grondnoot naar het volgende octaaf. De derde wordt dan de basnoot van het akkoord.

De tweede omkering verplaatst de grondnoot en de derde noot naar het volgende octaaf. De vijfde wordt dan de basnoot van het akkoord.

Hetzelfde principe geldt voor de derde en vierde omkeringen (uiteraard geldt dit alleen als een akkoord vier of vijf noten omvat).

Samen met zijn omkeringen omvat een C7 akkoord:

fundamentele toestand: C E G Bb
1e omkering: E G Bb C
2e omkering: G Bb C E
3e omkering: Bb C E G

Het is ook mogelijk om een verlaagde omkering te maken. Hier worden bijvoorbeeld noten verschoven naar de volgende onderstaande octaaf.

Hier volgt een samenvatting van de relatieve volgorde van de noten conform de omkering van het akkoord.

Nomenclatuur:
F = Fundamenteel (grondnoot), 3 = derde, 5 = vijfde, 7 = zevende,  9 = negende.

                      Octaaf    Octaaf   Octaaf
                        -1         0        +1
                         .         .         .
fundamentele toestand    .         F 3 5 7 9 .
1e omkering              .         . 3 5 7 9 F
2e omkering              .         .   5 7 9 F 3
3e omkering              .         .     7 9 F 3 5
4e omkering              .         .       9 F 3 5 7
1e verlaagde omkering    . 3 5 7 9 F         .
2e verlaagde omkering    .   5 7 9 F 3       .
3e verlaagde omkering    .     7 9 F 3 5     .
4e verlaagde omkering    .       9 F 3 5 7   .
 


Punt

Dit symbool wordt na een noot geplaatst en vergroot de tijdsduur van de noot met de helft van de oorspronkelijke lengte. Bijvoorbeeld een gepunteerde kwartnoot wordt afgespeeld als een kwart plus een achtste noot.
Een punt kan ook na een rust worden geplaatst.

Rust

Rusten zijn symbolen die aangeven dat er op dat moment geen toon of geluid moet worden afgespeeld.
Tip:
In de zwevende paletten worden rusten op dezelfde manier weergegeven als de noten. Dit betekent dat de kortste rust op dezelfde plaats staat als de kortste noot.



Tabulatuur

Tabulatuur is de muzikale notatie die ontworpen is voor gefretteerde instrumenten. De frets worden gebruikt om de snaren in verschillende lengtes op te kunnen delen, waardoor verschillende toonhoogtes kunnen worden verkregen.
In tegenstelling tot een piano kan een gefretteerd instrument dezelfde noot op verschillende posities voortbrengen.
Ervaren uitvoerders kunnen direct hun optimale vingerposities vinden. Anderen worden geassisteerd door tabulaturen. 
Iedere noot in een 'normale' notenbalk kan worden geassocieerd met een noot op de tabulatuur.
Tijdsduur, bogen, frasering... deze moeten nog altijd vanaf een normale notenbalk worden gelezen. De toonhoogte van een noot kan van een tabulatuur worden gelezen. Hierop staan de snaar en de fret weergegeven.
Hier is een voorbeeld voor een gitaar:


De nummers zijn fretposities. 0 betekent een open snaar, 1 betekent de eerste fret, enzovoorts.
De hals van het instrument wordt met zijn zesde snaar (bas) onderaan getoond.

Tabulaturen kunnen ook worden berekend voor verschillende Harmonica's (diatonisch, chromatisch…) voor iedere toonsoort. 

Tessituur

Dit is het bereik van een stem. De tessituur wordt meestal bepaald door:
- de laagste en hoogste noten die een zanger kan zingen
- het aantal octaven.

Tonaliteit

Dit is het stelsel van regels dat de samenstelling van notenbalken bepaalt. In een wat meer beperkende zin wordt de tonaliteit van een stuk aangegeven door de toonsoort waarin het stuk is geschreven.

Toonladder

Een toonladder is een volgorde van noten die in graden zijn verdeeld. Een octaaf kent acht graden.
Deze graden zijn niet gelijkmatig verdeeld: de intervallen tussen de graden bepalen de soort van de toonladder:

Bij een majeure toonladder:
TOON, TOON, HALVE TOON, TOON, TOON, TOON, HALVE TOON

een halve toon is het interval (of afstand) tussen twee opeenvolgende toetsen van een pianotoetsenbord (inclusief de zwarte toetsen), of twee opeenvolgende frets van een gitaarhals.

Een toonladder kan starten vanaf iedere noot (C, D, E...).
De eerste graad, ook tonica genoemd, geeft zijn naam aan de toonladder.

 

Naam
Locatie
T Tonica
2 Tweede 1 toon boven de tonica
3 Majeure derde 2 tonen boven de tonica
4 Vierde
2 en een halve tonen boven de tonica
5 Vijfde 3 en een halve tonen boven de tonica
6 Zesde
1 en een halve toon onder het octaaf
7M Majeure zevende
Een halve toon onder het octaaf
Octaaf 12 halve tonen boven de tonica

Een toonladder van C zal bijvoorbeeld de volgende tonen omvatten:
C, D, E, F, G, A, B

De E majeure toonladder zal de volgende tonen omvatten:
E, F#, G#, A, B, C#, D#

In de intervallen tussen de graden kunnen de volgende worden gevonden:

3m mineure derde        1 en een halve toon boven de tonica
b5 mol vijfde                3 tonen boven de tonica
5+ versterkte vijfde       4 tonen boven de tonica
7 mineure zevende       1 toon onder het octaaf

Opmerking: een toonladder wordt majeur genoemd wanneer de derde graad majeur is. Hij wordt mineur genoemd als de derde graad mineur is

Transponeren

Het transponeren van een muziekstuk betekent dat het wordt gewijzigd van de bestaande naar een andere toonsoort.
Dit wordt gedaan door het toevoegen of juist afhalen van hetzelfde aantal halve tonen van al de noten van het muziekstuk.
 

Triller

Dit is een snelle variatie van de toonhoogte (een trilling).

Triool

Meestal kan de tijdsduur van een noot worden verdeeld in twee gelijke delen: een kwartnoot is bijvoorbeeld opgebouwd uit twee achtste noten. Dit is een tweeledige (binaire) verdeling.

Een triool deelt een noot in drie gelijke delen: een drieledige (ternaire) verdeling.

Drie noten in een triool hebben dezelfde waarde als twee noten buiten het triool. Dit betekent dat drie kwartnoten in een triool hetzelfde zijn als één halve noot.
Feitelijk is een triool eenvoudigweg een 3:2 antimetrische figuur.


Virtuele rust

Deze aanduiding is specifiek voor Harmony en Melody. Hij bestaat niet in de normale muziektheorie.
Een virtuele rust is een rust de gebruikt wordt om een maat op te maken gedurende het bewerken. Hij geeft in feite een incomplete maat aan, waaraan nog steeds noten kunnen worden toegevoegd.
Hij wordt getekend als:


Een virtuele rust geeft grafisch de resterende tijd in een maat aan. Met het menu van de notenbalk kunt u de virtuele rust wijzigen in een echte rust. Hiertoe kiest u de zwarte driehoek links van de notenbalk en kiest u "Vervang virtuele rusten door echte rusten".

 
Tip: virtuele rusten kunnen onzichtbaar worden gemaakt door hiervoor te kiezen in het Configuratie>Globale instellingen menu.

Voorteken

Dit symbool wijzigt de toonhoogte van de noot waaraan hij gekoppeld is. Dit geldt ook voor de volgende noten die in de notenbalk op dezelfde lijn (of ruimte) staan.
Er zijn vijf voortekens: 
  • Dubbelmol (bb), of dubbele verlaging, die de noot met één toon verlaagt;
  • Mol (b), of verlagingsteken, die de noot een halve toon verlaagt;
  • Herstellingsteken, die beëindigt een voorgaand voorteken (of een voorgaand kruis c.q. verhogingsteken of een mol vanuit de voortekening);
  • Kruis (#) of verhogingsteken, die de noot een halve toon verhoogt;
  • Dubbelkruis (aangegeven met een kleine kruis x ) die de noot één hele  toon verhoogt.
  •  
Als u een voorteken (mol, kruis...) voor een noot ziet staan, dan wordt niet alleen die noot beïnvloed, maar ook alle noten die op dezelfde lijn (of ruimte) daarachter staan.
Meestal worden noten die dezelfde naam hebben, maar die in een andere octaaf staan, eveneens gewijzigd. Deze eigenschap kunt u uitzetten in het menu Configuratie>Globale Instellingen.


Voortekening

Muzikale toonladders worden vaak aangeduid met een voortekening. De verschillende graden van de toonladder zijn vaak een mol of een kruis. Om schrijffouten te voorkomen, worden de mollen en kruizen direct na de sleutel slechts éénmaal opgeschreven.
 

C# majeur of A# mineur

Deze symbolen worden de standaard kruizen of mollen genoemd voor de lijn van de notenbalk waar zij op geplaatst zijn.

Meer informatie vindt u in het Voortekening hoofdstuk.
Als u Harmony Assistant gebruikt, kunt u ook kijken in de Frequently Asked Questions, ofwel de Veelgestelde vragen.






(c) Myriad - Alle rechten voorbehouden