Vorige pagina    Harmony Assistant    Volgende pagina 
 

Inleiding
Producten
Wat is er nieuw ?
Handleiding
Notatie
Geluidsweergave
Inleiding
Regels
Effecten en expressie
Microtonale aanpassing
Vervangende stemming
Digitale Effect processor
Parameter curven
Gebruikerinstrumenten
Digitale audio tracks
Jukebox
Afspelen van een karaoke
Gefrette vingerzetting
Apparaten/scripting
Virtual Singer
FAQ
Software licentie
Technische ondersteuning
Appendices
Afdrukbare handleiding


Gewijzigde hoofdstukken:
In het Engels:

 

Effect processors


Als u de digitale uitvoer gebruikt, dan kunt u effect processors toepassen op de geluiden die door een muziekstuk worden voortgebracht.
Effect processors zijn beschikbaar in Melody Assistant vanaf versie 4.3 en in Harmony Assistant vanaf versie 6.3.

Deze effect processors zijn georganiseerd als een voetpedaal voor gitaren die meerdere effecten heeft: verschillende typen effecten kunnen elkaar trapsgewijs opvolgen om het oorspronkelijke geluid van het instrument te veranderen. U kunt zoveel effecten toepassen in een notenbalk als u maar wenst. Terwijl de muziek afspeelt, kunnen de geluiden van de instrumenten veranderd worden.

Effect processors kunnen worden toegepast op zowel standaard geluiden als op eigen geluiden.

Met het programma zijn verschillende voorgedefinieerde effect processors meegeleverd. U kunt ook uw eigen effecten aanmaken en hen toepassen in uw melodieŽn. U kunt hen ook delen met andere gebruikers.

Invoegen van een effect

Kies het "Effect processor" hulpmiddel (met het blauwe voetschakelaar icoon) in het "Overige hulpmiddelen" palet. Klik waar u maar wilt in een notenbalk waar u het effect wilt gaan toepassen.

Het bewerkingsvenster voor de Effect processor wordt nu geopend.

Als u een effect hebt aangebracht, dan kunt u dit venster eveneens openen door op het effect te dubbelklikken.

Wijzigen van een effect

In het Effect processor venster kunt u het volgende zien:

Helemaal links staat een lijst met de typen effecten. Deze typen kunnen trapsgewijs worden toegepast. U hoort dan het geluid dat u graag wilde.

In het midden staat de wijze waarop dit effect wordt toegepast op het geluid..

Twee iconen zijn voor ieder effect beschikbaar:
  • Verander niet: dit betekent dat het effect niet wordt veranderd en de eerder ingestelde parameters behouden blijven;
  • Stop: dit betekent dat dit type effect wordt gestopt en niet langer op het geluid wordt toegepast.
Helemaal rechts vindt u de parameters voor dit type effect.
U kunt deze parameters wijzigen. Hiertoe kunt u waarden invoeren met het toetsenbord, of u kunt de controlegrepen op het scherm verplaatsen.
Onderaan het venster vindt u:
het Icoon dat gebruikt wordt om dit effect op de partituur te tonen. Dit icoon kan worden gekozen uit een groep van voorgedefinieerde iconen (kies hiertoe de "Bewerken" knop). U kunt ook een eigen icoon maken met de geÔntegreerde icoon bewerker (kies hiertoe de "Veranderen" knop).
Tip: Op een partituur wordt een effect toegepast op de notenbalk. Een effect hoort bij een notenbalk als de bovenste rand van het icoon van het effect zich binnen de notenbalk bevindt.
Als u een effect processor bewerkt, dan wordt de naam van de notenbalk weergegeven in de titel van het bewerkingsvenster.
De Proberen knop (dat is de knop met de elektrische gitaar) speelt een deel van de notenbalk waarop dit effect van toepassing is.
De naam van het effect wordt op de partituur aan de rechterkant van het effecticoon weergegeven. Het lettertype en de stijl kunnen worden ingesteld.
In het veld voor Commentaar kunt u een opmerkingen over het effect schrijven.
De checkbox Afdrukken geeft aan of het effect op de partituur moet worden afgedrukt.
De Voorins. knop helpt u te kiezen uit een groep van voorgedefinieerde effecten.
Tip: U kunt uw eigen effecten aan de voorgedefinieerde groep toevoegen. Hiertoe moet u uw eigen effecten opslaan in de "FXs" map.
De Laden en Bewaren knoppen kunt u gebruiken om uw effecten, onafhankelijk van de partituur, op te slaan. De extensie voor de bestanden is".FX". Dit bestandsformaat kan onder Windows, Macintosh en Linux worden gebruikt. Het bestand kan ook in ASCII of in binair formaat over het internet worden verstuurd.
Als u een bijzonder effect heeft ontworpen, dan kunt u het effect via het internet met andere gebruikers delen. Het "Commentaar" veld, dat niet in de partituur wordt getoond, kunt u gebruiken om bijvoorbeeld uw naam of e-mail adres in te voeren.
Als u veranderingen in een effect processor aanbrengt, terwijl de muziek afspeelt, dan worden deze direct hoorbaar in de afgespeelde muziek. U krijgt dus een directe geluidswaarneming van de wijzigingen. Als de "Proberen" knop actief is (dat is de knop met de kleine gitaar), dan worden alleen de 6 maten na het effect in herhaling afgespeeld.
 
Opmerking: Effect processors kunnen, afhankelijk van de hardware, veel tijd kosten. Als uw computer te langzaam is, dan kunt u de effect processors uitschakelen in het configuratievenster voor digitale uitvoer.

Beginnen met effecten:


Hier is een klein voorbeeld om de mogelijkheden van de effect processors te bekijken.
1) Controleer de instellingen van het programma
Kies de "Configuratie>Digitale uitvoer configuratie" menuoptie. Wees er zeker van dat de parameters voor de digitale uitvoer juist zijn ingesteld. De aanbevolen waarden zijn 44kHz, 16 bits, stereo en kwaliteit.
De "Sta effect processor toe" checkbox moet zijn aangevinkt.

Kies nu de "Configuratie>Globale instellingen" menuoptie. Kies nu het paneel "Laden". Wees er zeker van dat onder de "Pas de muziek aan aan de bestaande apparaten" de "Stel in" radioknop gekozen is en dat "Digitaal" daarachter staat (U kunt de "Verander" knop gebruiken om dit in te stellen, mocht hier iets anders staan).

2) Maak een document aan
Kies de "Archief>Nieuw" menuoptie. Kies een "Eenvoudig" sjabloon en voeg noten in op de eerste zes maten van de notenbalk.
U kunt natuurlijk ook met "Archief>Open" menuoptie een bestaande melodie kiezen.

Druk op de spatiebalk: de muziek begint te spelen.
Druk opnieuw op de spatiebalk: de muziek stopt.

3) Voeg een effect in
Wees er zeker van dat het "Overige hulpmiddelen" palet zichtbaar is. Als dat niet het geval is, dan kunt u hem zichtbaar maken met de "Vensters>Overige hulpmiddelen" menuoptie.
Klik nu op de knop met als icoon het blauwe voetpedaal voor gitaren.
Klik nu op de notenbalk, vlak voor het begin van de eerste noot. Een effect processor wordt daar ingevoegd. Het bewerkingsvenster voor effecten wordt nu geopend.
4) Stel het effect in
Klik nu op de knop met het icoon met een kleine gitaar: de eerste zes maten van de notenbalk zullen nu in herhaling worden afgespeeld. U kunt uw effectprocessor op deze manier direct horen werken. Op dit moment hoort u de noten die u eerder heeft ingevoerd. Laat deze instelling aan.
Klik nu op de "Voorins." knop. De lijst met voorgedefinieerde effect processors verschijnt nu.
Kies bijvoorbeeld "Church Reverb" en klik daarna op "OK". De noten worden nu afgespeeld met een diepe galm.

U kunt verschillende voorgedefinieerde processors proberen. Daarna kunt u sommige parameters gaan wijzigen, om het geluid te krijgen dat u graag heeft.
Om het originele geluid te wijzigen, kunnen verschillende typen effecten worden gecombineerd. De lijst aan de linkerkant wordt getekend als een flowchart. Hierdoor is het helder welk type effect geactiveerd of juist gedeactiveerd is. U gaat nu in detail bekijken welk gevolg ieder effect op de muziek heeft.

Resonator/Wah

Vanuit een technisch oogpunt is dit een resonante band-pass filter. Dit soort akoestisch filter accentueert een bepaalde frequentie en vermindert alle overige.
De frequentie wordt gegeven in Hertz (Hz) en geeft de geluidsfrequentie aan die versterkt moet worden.
Het niveau van resonantie geeft de versterkingsfactor van deze frequentie aan. Tot slot geeft gain de mogelijkheid om het uitgevoerde geluidsvolume aan te passen.
Opmerking: De frequentie van een A is 440 Hz. De frequentie wordt met iedere octaaf verdubbeld.
Dit betekent dat als het resonantiefilter ingesteld is op 1760 Hz, de noot A 6 speciaal zal worden versterkt en zal hij galmend gaan klinken.
De resonantie kan op verschillende manieren worden toegepast:
Fixed: de frequentie is ingesteld op een bepaalde waarde. Een geleidelijke verandering kan worden toegepast op de frequentie en de resonantie. In dit geval start de parameter vanaf de opgegeven waarde. Hij verandert hij geleidelijk naar de waarde die ingesteld is voor het volgende, zelfde effect op dezelfde notenbalk.

LFO (Low Frequency Oscillator): de frequentie neemt regelmatig toe of af met de tijd. De controlegrepen van de grafiek (of de numerieke waarden) helpen u om de hoogste en laagste frequenties van de trilling (of oscillatie) in te stellen. U kunt het startfrequentie ingeven en de periode van trilling (in milliseconden).
De richting checkbox geeft aan of de trilling begint met een verhoging of juist met een verlaging van de frequentie.
Een geleidelijke verandering kan worden toegepast op de resonantie. In dit geval begint de resonantie op de ingegeven waarde. Daarna verandert hij geleidelijk naar de waarde die ingesteld is voor het volgende, zelfde effect op dezelfde notenbalk.

Wah: de wah simuleert het automatische Wah-Wah effect dat in sommige effect processors voor gitaren is opgenomen. De frequentie van resonantie is gekoppeld aan het huidige volume van de muziek: hoe harder het geluid, hoe hoger de frequentie van resonantie. Op de grafiek is de frequentie op de verticale as getekend en het geluidsvolume op de horizontale as (stille geluiden links, harde geluiden rechts).
Een geleidelijke verandering kan worden toegepast op de resonantie. In dit geval begint de resonantie op de ingegeven waarde. Daarna verandert hij geleidelijk naar de waarde die ingesteld is voor het volgende, zelfde effect op dezelfde notenbalk.

Distortion/Overdrive

Dit effect simuleert het geluid van overstuurde gitaarversterkers. Zodra het niveau van invoer te hoog wordt, dan wordt het signaal overstuurd. Distortion en Overdrive zijn twee manieren waarop dit effect kan worden gereproduceerd.
De waarde voor sterkte geeft het geluidsvolume aan waarop het Distortion/Overdrive effect begint. Als de sterkte voor distortion laag is, dan worden alleen harde geluiden gewijzigd. Als de sterkte in de buurt van de 100% ligt, dan worden ook zacht gespeelde noten gewijzigd.
Deze effecten kunnen ongewenste hoog getoonde enharmonieŽn veroorzaken. Hierom kunt u ook de low-pass filter (Toon) instellen, waarmee het geluid verzacht wordt door het verminderen van de hogere frequenties.
Tot slot geeft gain de mogelijkheid om het uitgevoerde geluidsvolume aan te passen.

Flanger/Chorus

Dit effect voegt direct na een afgespeeld geluid nog een extra geluid toe. Deze toevoeging vindt plaats na een korte vertraging. De vertraging kan met de tijd variŽren.
De instelling van sterkte zorgt voor de hoeveelheid feedback en dus voor de grootte van het effect. Een Low Frequency Oscillator (LFO) zorgt voor een verandering van de vertraging met de tijd.
Het enige verschil tussen Flanger en Choris is het bereik van de snelheid van de trilling.

Equalizer

Dit effect zorgt ervoor dat u de toon en sterkte van het instrument kunt instellen.
De schuiven op de grafiek helpen u met het instellen van de bas en de hoge tonen.
Met de "gain" selecteert u het uitvoerniveau van het instrument.
De "limiter" zorgt ervoor dat u het uitvoerniveau kunt begrenzen, om te voorkomen dat u een algemene verzadiging van uw melodie krijgt. Als u de waarde laag instelt, dan vergroot u het risico dat luide noten of akkoorden op de bijbehorende notenbalk verzadigd raken (u kunt de gain verlagen om dit te voorkomen). Let op: alleen de notenbalk met het equalizer effect zal beÔnvloed worden. Andere geluiden die door andere notenbalken worden voortgebracht, zullen gewoon hoorbaar zijn.

Panning of balans

Dit effect wijzigt de stereoscopische locatie van het geluid.
De Panning location kan uiteenlopen vanaf het uiterste links (negatieve waarden) naar het uiterste rechts (positieve waarden).
De panning kan als volgt worden ingesteld:
Fixed: de panning is ingesteld op een ingegeven waarde. Een geleidelijke verandering kan hierop worden toegepast. In dit geval start de panning vanaf de opgegeven waarde. Hij verandert geleidelijk naar de waarde die ingesteld is voor het volgende, zelfde effect op dezelfde notenbalk.
LFO  (Low Frequency Oscillator): de panning beweegt regelmatig in de tijd van links naar rechts en van rechts naar links. De controlegrepen op de grafiek (of de numerieke waarden) helpen u om de hoogste en laagste balanswaarden in te stellen. U kunt het startpunt aangeven en de periode van de trilling aangeven (in milliseconden).
De Richting checkbox geeft aan of de beweging van de trilling links begint en naar rechts gaat, of rechts begint en naar links gaat.

Delay/Reverb

Deze effecten zijn een echo of galm die toegepast wordt op het ingevoerde geluid. Er zijn drie soorten echo of galm die toegepast kunnen worden:
Delay: dit is een eenmalige echo die na een opgegeven tijd terugkomt. De tijd die voorbijgaat tussen de echo (in milliseconden) kan worden ingesteld. Daarnaast kan ook de sterkte van de echo (in te geven als een percentage van het originele geluid) worden opgegeven.
De Ping-Pong checkbox: indien aangevinkt, dan bepaalt hij dat de echo, in termen van balans, aan de andere kant van het originele geluid wordt weergegeven.

Feedback delay: dit is hetzelfde effect als hierboven, behalve dat de echo aan het originele geluid wordt toegevoegd en opnieuw wordt verwerkt (en opnieuw, en opnieuw...). Een serie van echo's kan dan worden gehoord. Zij is regelmatig verspreid door de tijd en heeft een afnemende intensiteit. Als de Ping-Pong checkbox aangevinkt is, dan komen de echo's wisselend van links of rechts.
Reverb: dit is een benadering van de galm in een kamer. De sterkte van de galm en de totale tijdsduur (tot en met 5 seconden ofwel 5000ms) kunnen worden ingesteld. Als de Ping-Pong checkbox is aangevinkt, dan klinkt de galm door de hele stereoscopische ruimte.



(c) Myriad - Alle rechten voorbehouden