Vorige pagina    Harmony Assistant    Volgende pagina 
 

Inleiding
Producten
Wat is er nieuw ?
Handleiding
Notatie
Inleiding
Muziektheorie
Sjablonen
Paginaweergave
Graveurweergave
Positionering
Discontinue selectie
Presentaties
Doelen
Overbinding, boog en waardestreep
Tabulaturen
Meerstemmige notenbalken
Notatie in kleur
Gregoriaanse notatie
Overgangen
Sleutel
Voortekening
Maataanduiding
Dynamiek
Tempo en voortgang
Liedteksten/Karaoke
Vrije objecten
Tekstuele commando's
Lettertypen
Tekensets
Geluidsweergave
Apparaten/scripting
Virtual Singer
FAQ
Software licentie
Technische ondersteuning
Appendices
Afdrukbare handleiding


Gewijzigde hoofdstukken:
In het Engels:

 

Sleutel


Dit hoofdstuk beschrijft de verschillende sleutels die u met Melody en Harmony kunt gebruiken.

Muziek theorie in het kort

Een sleutel definieert op een notenbalk de relatie tussen de lijnen en de toonhoogte.
De vioolsleutel (G sleutel),   de bassleutel (F sleutel)   en de sopraansleutel (C sleutel) <> tonen de lijnen van de notenbalk voor de noten G, F en C.
Onthoudt:

  • De binnenste bocht van de vioolsleutel doorsnijdt de lijn voor de G;
  • De twee punten van de bassleutel tonen de lijn voor de F;
  • Het midden van de sopraansleutel toont de lijn voor de C.

  • Kruizen, mollen of herstellingstekens die na de sleutel volgen, vormen samen de voortekening.
    De maataanduiding, zoals bijvoorbeeld  , geeft het aantal slagen in een maat weer en de tijdsduur, of waarde (in delen van een hele noot), van iedere slag.

    Locatie

    De sleutel staat in Harmony en Melody altijd aan het begin van een maat.
    U kunt op iedere maat een verandering van de sleutel plaatsen.
    Een notenbalk kan bijvoorbeeld beginnen met een vioolsleutel, om een paar maten later te veranderen naar een bassleutel.

    Bewerken

    Er is een toegewijd palet beschikbaar ("Vensters>Sleutel en maat/toonsoort hulpmiddelen"). Hij omvat het hulpmiddel om de sleutel te veranderen en andere hulpmiddelen om de tijd en de voortekening aan te passen.

    Kies het hulpmiddel voor de sleutelverandering (de vioolsleutel) en klik op een maat. Het venster om een sleutel te kiezen, wordt nu geopend.

    Bovenaan het venster ziet u de weergave van de sleutel die u kunt kiezen.

    Onderaan het venster vindt u een pop-up menu waar u het volgende kunt kiezen:
    • De transponering die toegepast moet worden op de noten zodra een sleutel aan de partituur wordt toegevoegd.
    Noten die na een nieuwe sleutel volgen kunnen:
    • Niet getransponeerd worden: in dit geval verandert hun locatie op het scherm, waardoor de noot dezelfde toonhoogte blijft spelen als eerder;
    • Omhoog getransponeerd worden: de noten spelen één octaaf hoger dan eerder;
    • Omlaag getransponeerd worden: de noten spelen één octaaf lager dan eerder;
    • Grafisch ongewijzigd blijven: zij blijven op dezelfde grafische locatie op de notenbalk staan (maar zij zullen niet dezelfde toonhoogte als eerder hebben).
    • Op welke notenbalken de nieuwe sleutel toegepast moet worden. Dit kan alleen de huidige notenbalk binnen de partituur zijn, of meerdere geselecteerde notenbalken. Meestal wordt een sleutelverandering op de huidige notenbalk toegepast;
    • Een sleutel kan getoond worden of verborgen blijven (voor de leesbaarheid moeten onzichtbare sleutel vermeden worden);

    • Het soort kan een vioolsleutel, een bassleutel of een sopraansleutel (C Sleutel) zijn;
    • Een sleutel kan op iedere lijn beginnen, tussen de -5 en +5 van zijn standaard lijn;
    • Een sleutel kan ten opzichte van de notenbalk 2 octaven lager tot en met 2 octaven hoger (ottava of bassa) beginnen.



    (c) Myriad - Alle rechten voorbehouden