Vorige pagina    Harmony Assistant    Volgende pagina 
 

Inleiding
Producten
Wat is er nieuw ?
Handleiding
Notatie
Geluidsweergave
Inleiding
Regels
Notenbalken met meerdere instrumenten
Standaard notenbalken voor drums
Geavanceerde functies
Effecten en expressie
Microtonale aanpassing
Vervangende stemming
Digitale Effect processor
Parameter curven
Gebruikerinstrumenten
Digitale audio tracks
Jukebox
Afspelen van een karaoke
Gefrette vingerzetting
Apparaten/scripting
Virtual Singer
FAQ
Software licentie
Technische ondersteuning
Appendices
Afdrukbare handleiding


Gewijzigde hoofdstukken:
In het Engels:

 

Regels voor notenbalken

Geavanceerde functies


Eerder zag u al dat regels ervoor kunnen zorgen dat u verschillende instrumenten samen kunt laten spelen op één en dezelfde notenbalk. Dit kon door de noten onderscheidbaar te maken op basis van hun grafische criteria. Maar dit systeem kan nog veel verder gaan.

Speciale parameters

De knop met de tekst "Speciaal" in het bewerkingsvenster van de regels zorgt ervoor dat u een aantal parameters kunt instellen (zoals de effecten, de aanslagsterkte, de vertraging enzovoorts). Deze zullen op de noten die worden afgespeeld toegepast worden.

Een voorbeeld van gebruik:
Een interessante toepassing is het gebruik van instelbare "Turkse komma" effecten. Hiermee kunt u een alternatieve afstemming definiëren. Alternatieve afstemmingen zijn goed bruikbaar bij het afspelen van niet-occidentale melodieën, of stukken waarvan de frequenties anders liggen dan de 12 halve tonen, "gebruikelijke" gelijk getemperde (12ET) toonladders. De hoofdstukken over de Microtonale instellingen en de Alternatieve afstemming zullen meer informatie over deze onderwerpen geven.

Niet-blokkerende regels

Eerder zag u al dat noten die voldoen aan bepaalde criteria van een regel (zoals de kleur, de toonhoogte of de vorm) op een bepaalde manier worden afgespeeld.
Zodra een noot aan een regel voldoet, wordt bijvoorbeeld het instrument en/of speciale parameters van de regels toegepast op de noot. De rest van de regels wordt dan overgeslagen.
Stel dat u bijvoorbeeld twee regels maakt, waarvan er één op basis van een blauwe kleur het instrument verandert naar "Orgel" en de tweede regel die op basis van een driehoekige vorm van de notenkop het instrument verandert naar "Gitaar". Als beide regels aanwezig zijn in de volgorde die net is aangegeven, dan wordt de noot afgespeeld met een "Orgel" instrument. De blauwe kleur is dan de eerste regel waaraan de noot voldoet.

Het is mogelijk om niet-blokkerende regels op te stellen. Als de checkbox "Bewerking vervolgen" is aangevinkt, dan gaat het zoeken naar regels verder. Dit geldt ook als er al een regel was waaraan de noot voldeed. De noot die hierboven werd beschreven wordt dan afgespeeld met zowel het "Orgel" en het "Gitaar" instrument.

Voorbeeld van gebruik:
Het is mogelijk om, met behulp van deze eigenschap, notenbalken te definiëren waarbij verschillende simultane instrumenten dezelfde noot afspelen. U kunt ook een instrument relateren aan de vorm van de notenkop (zoals bijvoorbeeld een kruisvormige notenkop die door een "Slap bass" wordt gespeeld) en een effect dat gekoppeld is aan de kleur (zoals rode noten die gespeeld worden met een effect voor "buiging"). Dit betekent dat rode noten met een kruisvormige notenkop afgespeeld zullen worden met een "slap bass" instrument en een effect voor buiging.

De "Noot is in de finalis" markeerder

Als de checkbox "De noot is in de finalis" is aangevinkt binnen een regel, dan betekent dit dat een noot die aan deze regel voldoet beschouwd wordt als de fundamentele noot (de grondtoon) van een akkoord. Deze fundamentele noot van het akkoord maakt het mogelijk dat ook andere regels (ook die bij een andere notenbalk behoren) toegepast zullen worden. Die regels zijn dan afhankelijk van de relatieve positie van de toonhoogte in het huidige akkoord. Op deze manier kunt u regels definiëren die toegepast worden op alleen de derden of vijfden van het huidige akkoord (zie ook hieronder).

Het toonhoogte criterium

Dit criterium zorgt ervoor dat u de regel alleen kunt toepassen op noten met een bepaalde toonhoogte. Een aantal checkboxen kan de wijze veranderen waarop de toonhoogte wordt geëvalueerd:

  • Als niets is aangevinkt, dan wordt de toonhoogte overgenomen als een absolute waarde. Stel dat u bijvoorbeeld het toonhoogte criterium gelijkstelt aan de onderste lijn van de notenbalk. U past daarnaast een molteken toe (ofwel E mol). Er zijn dan vier noten binnen de octaaf die aan deze regel voldoen. Dit geldt ook voor de vierde noten van de octaaf bij D kruis.
  • Als u de "Voor alle octaven" checkbox aanvinkt, dan zal iedere E mol of D kruis (onafhankelijk van zijn octaaf) aan deze regel voldoen.
  • Als u de "Volg Toonaard" checkbox aanvinkt, dan is het criterium voor de toonhoogte relatief aan de basisnoot van de huidige toonaard. Uw regel zal daarom overeenkomen met de E mol en de  D kruis als de toonsoort C majeur is. Hij kan ook B mol of A kruis zijn als de toonsoort G majeur is.
  • Als u de "Differentieer enharmonica" checkbox aanvinkt, dan worden de E mol en D scherp niet meer als dezelfde noot beschouwd. Alleen de E mol zal nu deze regel volgen.
  • Als u de "Relatief aan de finalis" checkbox aanvinkt, dan wordt het toonhoogte criterium beschouwd ten opzichte van het fundamentele akkoord dat door een andere regel (zie hierboven) is gedefinieerd. De C toonhoogte betekent "Gelijk aan de finalis". De C kruis betekent "gelijk aan de finalis, plus een halve toon erbij", enzovoorts. Als u bijvoorbeeld een ​​regel aan de grote terts van het huidige akkoord wilt toepassen, dan moet u "E" invoeren voor het criterium van de toonhoogte.
Voorbeelden van gebruik:
- Stel, u maakt een regel zoals: "een noot met een driehoekige kop is de finale noot van het huidige akkoord". Hiertoe hoeft u alleen de noten te markeren die de grondtoon zijn van het akkoord. Andere regels volgen dan vanzelf om toegepast te worden op, bijvoorbeeld, majeure zevende of vijfden van ieder akkoord van uw partituur. Door eenvoudigweg de juiste naam voor uw regels te kiezen, kunt u een "3" invoegen op alle derden en een "5" op alle vijfden. De namen die relatief zijn aan het akkoord worden dan voor iedere noot weergegeven.
- Stel dat u een alternatieve instelling wilt combineren met de finale noot van het akkoord waarvan de toonhoogte relatief is. Het is dan mogelijk om dan de frequenties van onderdelen van het akkoord (zoals de derde, vijfde of de mineure zevende) zodanig te wijzigen dat zij "correct" worden afgespeeld. Dit betekent dat zij als een veelvoud van de frequentie van de finale noot van het akkoord zullen worden afgespeeld. Dit kan handig zijn in bijvoorbeeld "Barbershop" koren, waarbij de zangers hun zanghoogte afstemmen op de finale noot. Dit doen zij om faserende effecten te minimaliseren die het gevolg zijn van de onzuiverheid van de afstemming van de traditionele occidentale notenbalk.

Het "Aanslagsterkte" criterium

Met dit criterium kunt u regels maken die toegepast worden op noten met een verschillende aanslagsterkte. U kunt, bijvoorbeeld, verschillende instrumenten instellen die gebruikt worden wanneer de noten zacht of juist hard worden gespeeld.
Omdat de aanslagsterkte niet gemakkelijk zichtbaar is te maken op een partituur, wordt u aangeraden om dit criterium voorzichtig te gebruiken.
Dit criterium kan worden toegepast op een op te geven bereik van aanslagsterkten. U kunt ook een alternatief bereik van de aanslagsterkten opgeven. Deze wordt dan in plaats van de oorspronkelijke gespeeld.

Voorbeelden van gebruik:
- Bouw een regel die de aanslagsterkten toepast vanaf 0 tot en met 64 waarbij gebruik wordt gemaakt van het "Orgel 1" instrument op deze aanslagsterkten.
Voeg vervolgens een regel toe met de aanslagsterkten die vanaf 65 tot en met 127 lopen waarbij gebruik wordt gemaakt van het "Orgel 2" instrument op deze aanslagsterkten.
Zachte noten worden nu met "Orgel 1" gespeeld, en harde noten met "Orgel 2" gespeeld.
- Als u nu de aangevinkte "Vervolg de bewerking" checkbox (niet-blokkerende regel) met de vorige regel combineert, dan krijgt u een keurig samenspel van twee orgels, die ieder afhangen van de sterkte van de noten die zij afspelen.
Hoe doet u dit? Eerst maakt u een regel die de aanslagsterkten van 0 tot en met 127 (het volledig beschikbare gebied) toepast. Kies hierbij het geluid van "Orgel 1". De aanslagsterkte van de uitvoer is omgekeerd hieraan, en loopt van 127 naar 0 (zachte noten worden gespeeld met dit instrument, en luide noten worden juist zacht afgespeeld).
Maak nu een regel die de aanslagsterkten van 0 tot en met 127 toepast en gebruik maakt van het "Orgel 2" instrument. De aanslagsterkte voor de uitvoer is van 0 tot en met 127.
Zachte noten worden nu gespeeld met het "Orgel 1" instrument en luide noten met het "Orgel 2" instrument. Noten die daar tussenin zitten, worden afgespeeld met beide instrumenten. De invloed van "Orgel 2" wordt groter naarmate de aanslagsterkte groter wordt.



(c) Myriad - Alle rechten voorbehouden